Een kart bouwen in Engeland, terug naar Nederland, drie maanden later opnieuw naar Engeland en dan tussen meer dan honderd andere teams aan de start verschijnen. Voor acht leerlingen van het Fioretti College in Veghel werd STEM on Track een techniekproject dat ze niet snel zullen vergeten. Maar achter de race ging veel meer schuil. Leerlingen werkten samen met Engelse leeftijdsgenoten, spraken dagenlang Engels, maakten kennis met een ander onderwijssysteem en ontdekten wat er gebeurt als een technisch probleem zich precies op het verkeerde moment voordoet. We spraken met Nick Smith (coördinator Internationalisering en docent Engels) over het project, de reis naar Hastings en de lessen die veel verder gingen dan alleen techniek.
Een project dat meteen klopte
Het idee voor deelname ontstond vanuit de contacten die Nick al had met scholen in het Verenigd Koninkrijk. In gesprekken over onderwijsvernieuwing en internationale samenwerking kwam STEM on Track voorbij: een programma waarbij leerlingen stapsgewijs een eigen kart bouwen en uiteindelijk deelnemen aan een echte racedag.
Nick was snel enthousiast. “Ik dacht meteen: dit is gewoon een fantastisch project. Het is vakoverstijgend en het past heel goed bij wat we binnen Sterk Techniekonderwijs willen bereiken.”
Met ondersteuning werd het mogelijk om twee karts aan te schaffen. Normaal gesproken loopt STEM on Track vrijwel een volledig schooljaar, maar het Fioretti College koos voor een intensievere aanpak: een boosterweek in Engeland. Een hele week stond in het teken van samenwerken en leren. Van de bouw van de kart tot PR, stickerontwerp, fitness en natuurlijk social media.
Het programma helpt leerlingen stap voor stap door het bouwproces. Iedere leerling volgt dezelfde route en een volgende fase wordt pas toegankelijk wanneer de vorige is afgerond. Daarmee draait het niet alleen om het eindproduct, maar juist om begrijpen wat je doet en waarom.
Samen bouwen zonder dezelfde taal te spreken
Vier jongens en vier meisjes reisden vanuit Veghel naar Engeland. Daar bouwden ze niet alleen samen met elkaar, maar ook met leerlingen van de partnerschool.
Die Engelse leerlingen wisselden gedurende de dag, omdat zij tussendoor hun reguliere lessen volgden. Toch kwam de samenwerking volgens Nick opvallend makkelijk op gang. “Ze kwamen binnen en begonnen gewoon Engels met elkaar te praten. Laptop erbij, uitleggen wat er moest gebeuren en samen verder bouwen.”
En juist dat vond hij bijzonder. Engels spreken in een klaslokaal kan spannend zijn. In de werkplaats leek die drempel vrijwel te verdwijnen.
“Alles gebeurde in het Engels. Dan zie je ineens hoe vakoverstijgend zo'n project eigenlijk is. Ze zijn met techniek bezig, maar ondertussen leren ze samenwerken, communiceren en zichzelf redden in een andere taal.”
Even onderdeel van een andere school
Ook buiten de werkplaats maakte de reis indruk. Schooluniformen, beveiligde schoolgebouwen, andere omgangsvormen en samen lunchen tussen de Engelse leerlingen: voor de groep uit Veghel was vrijwel alles anders.
Juist tijdens die gewone momenten ontstond contact. Aan tafel kwamen gesprekken vanzelf op gang: waar komen jullie vandaan, wat bouwen jullie en waarom zijn jullie hier?
Eén moment tijdens zo'n lunch bleef Nick in het bijzonder bij. Een leerling uit de Nederlandse groep merkte dat haar Engelse buddy niets te eten had en besloot het extra eten dat ze had meegenomen te delen.
“Dat vond ik echt een kippenvelmoment,” vertelt Nick. “Je kent elkaar pas een paar dagen en toch zie je dat gebeuren. Dan gaat het ineens helemaal niet meer over die kart. Dat empathisch vermogen en die verbinding vond ik ontzettend mooi.”
Het laat volgens zien hoeveel leerlingen tijdens zo'n reis ook buiten het geplande programma leren.
Verschillen die aan het denken zetten
De uitwisseling zorgde daarnaast voor interessante gesprekken over techniekonderwijs zelf. Nick zag op de partnerschool een onderwijsomgeving waarin praktijk en beroepsoriëntatie anders zijn ingericht dan leerlingen van het Fioretti College gewend zijn.
Andersom maakten Engelse docenten tijdens eerdere bezoeken aan Nederland kennis met de praktijklokalen en technische profielen binnen het vmbo.
Volgens Nick zit juist daar veel waarde in internationale samenwerking. Niet om te bepalen welk systeem beter is, maar om te zien hoe een ander land keuzes maakt en wat je daarvan kunt leren.
Voor leerlingen maakt zo'n vergelijking bovendien duidelijk waarom praktijkervaring belangrijk is. Door al tijdens het voortgezet onderwijs te bouwen, testen en verschillende technische richtingen te ontdekken, ervaren ze daadwerkelijk wat bij hen past.
En toen moest er natuurlijk nog geracet worden
Na alle voorbereidingen kwam uiteindelijk het moment waar iedereen naar had uitgekeken: de racedag. Met ongeveer 110 karts van verschillende scholen was het volgens Nick een groot en professioneel opgezet evenement. Rondom de wedstrijden waren technische bedrijven aanwezig en konden jongeren kennismaken met opleidingen, beroepen en stagekansen. De Fioretti-leerlingen stonden in raceoverall en helm klaar met hun eigen karts. Alleen liep niet alles zoals gehoopt.
Tijdens de wedstrijd ontstonden problemen met de aandrijving en vielen de karts enkele rondes uit. Vervelend? Zeker. Maar juist daar zag Nick misschien wel één van de belangrijkste leermomenten van het hele project. “Ze baalden natuurlijk. Maar daarna gingen ze meteen in de oplossingsmodus. Hoe komt dit? Hoe kunnen we het verbeteren? Waar kunnen we testen?”
Terug in Veghel hield het project daarom niet op. Onder begeleiding van Edwin hebben de leerlingen de onderdelen gemaakt; nu gaan ze die in elkaar zetten. Met behulp van de CNC-machine op school werken ze aan een aangepast onderdeel en het plan is om de kart opnieuw te testen. Niet gewonnen op het circuit misschien, maar wél precies gedaan waar techniekonderwijs om draait: een probleem tegenkomen, analyseren, aanpassen en opnieuw proberen.
“Het beste moment van hun vier jaar op het vmbo”
Voor Nick zit de opbrengst uiteindelijk vooral in wat de leerlingen zelf teruggeven. “Ze zeiden allemaal hetzelfde: het werken met hun handen, niet de hele tijd in een klaslokaal zitten en die vrijheid vonden ze geweldig. Sommigen noemden het zelfs het beste moment van hun vier jaar op het vmbo.”
En daarmee raakt STEM on Track precies aan de kracht van praktijkgericht techniekonderwijs. Leerlingen leren niet alleen bouwen. Ze plannen, communiceren, werken samen, spreken Engels, ontdekken een andere cultuur en moeten omgaan met tegenslag. Een kart is in dit geval niet het doel, maar het middel.
Op naar een volgende ronde
De eerste deelname smaakt dan ook naar meer. Door de planning rondom de Nederlandse examens wordt de deelname voor het komende schooljaar nog een lastige opgave, maar de editie in schooljaar 2027-2028 krijgt sowieso een go. Het idee is om dan opnieuw een volledige week in Engeland te verblijven: samen bouwen met de Engelse partnerschool en de week afsluiten met de race.
Ook andersom wordt de samenwerking voortgezet. De partnerschool uit Hastings heeft plannen om in 2027 naar Nederland te komen, waarbij de leerlingen hier samen verder kunnen werken en racen. Daarnaast wil Nick de verbinding met het regionale bedrijfsleven versterken. Lokale bedrijven uit Veghel kunnen volgens hem een waardevolle bijdrage leveren aan het project, met kennis, materialen en enthousiasme voor techniek. “Het zou mooi zijn als we school, lokale bedrijven en leerlingen steeds meer bij elkaar kunnen brengen. Dan ontstaat er vanzelf een soort olievlek. Het hoeft niet gigantisch te worden, maar het mag wel gezien worden.”
Ervaringen delen
Die ervaring houdt Nick dan ook niet binnen het Fioretti College. Tijdens TechTogether3 deelt hij het verhaal achter STEM on Track met andere professionals uit onderwijs en techniek. Want misschien is dat wel de belangrijkste volgende stap: niet alleen zelf een mooi project neerzetten, maar ook laten zien wat er mogelijk wordt wanneer vakken, scholen, landen en bedrijven elkaar weten te vinden. Inmiddels zijn er al Nederlandse scholen naar Veghel zijn geweest om over het project te praten. Dat biedt perspectief!
STEM on Track begon met twee karts. Maar voor de leerlingen uit Veghel werd het een veel grotere reis. Een waarin techniek letterlijk de motor vormde voor samenwerking, zelfstandigheid en nieuwe ervaringen.








