Twee scholen, één gebouw, één gedeelde ambitie. Aan de Hervensebaan in Den Bosch werken de Bossche Vakschool en het Dieze College elke dag aan een samenwerking die je niet overal ziet. Met onder andere techniek als natuurlijke ontmoetingsplek en met één helder doel: jongeren stap voor stap laten groeien richting een plek waar ze tot hun recht komen, op school en later op het mbo en in het werkveld.
We spraken met Marelle Pronk, directeur van de Bossche Vakschool, en Teuny Bosma, directeur van het Dieze College. Over een symbiose (een nauwe samenwerking tussen twee scholen waarbij leerlingen stap voor stap onderwijs volgen in beide omgevingen) die al jaren bestaat, over wat er verandert nu ze samen in één gebouw zitten en over waarom dit verhaal juist nu zo relevant is.
Twee scholen, één route richting een regulier diploma
Het Dieze College is een school voor voortgezet speciaal onderwijs. Teuny vertelt dat het gaat om leerlingen met een cognitief niveau van mbo-basis en kader, die worden begeleid naar diploma-gericht onderwijs. “De insteek is dat de leerlingen die bij ons starten, uiteindelijk via een symbiose hun diploma gaan halen op de Bossche Vakschool.”
De Bossche Vakschool is een reguliere vmbo-school met basis en kader. Marelle legt uit dat de symbiose zo’n zeven jaar geleden is gestart met een duidelijke bedoeling: leerlingen uit het speciaal onderwijs de kans geven om een regulier vmbo-diploma te behalen. “Het doel was om de kinderen die in het speciaal onderwijs zaten, een regulier diploma te kunnen laten halen. Dus niet via staatsexamens, maar een regulier schooldiploma.”
De route is zorgvuldig opgebouwd. In leerjaar 3 starten leerlingen vanuit het Dieze College met praktijkvakken op de Bossche Vakschool, waaronder de technische vakken. Als dat goed loopt, komen daar geleidelijk ook theorievakken bij, binnen hetzelfde cluster. In leerjaar 4 doen ze volledig mee met klasgenoten van de Bossche Vakschool. Daarmee ontstaat geen abrupte overstap, maar een leerlijn waarin leerlingen mogen wennen, groeien en steeds meer aankunnen.
Samen in hetzelfde gebouw maakt het verschil
Sinds twee schooljaren zitten beide scholen samen in één pand. "Dat klinkt simpel, maar het effect is groot. Waar een overstap eerder voelde als verhuizen, is de beweging nu veel natuurlijker. Het maakt het voor leerlingen, ouders en teams laagdrempeliger om samen te werken, mee te kijken en stapjes te zetten.”
Eén uitspraak van Teuny en Marelle vat alles samen: “We wonen samen op de Hervensebaan.” Het is een manier van spreken die precies laat voelen wat er is veranderd. Niet twee werelden die elkaar af en toe ontmoeten, maar een gedeelde plek waar je elkaar dagelijks ziet en waar samenwerking niet extra voelt, maar logisch.
Een zachtere landing voor leerlingen
Een belangrijk thema in het gesprek is het verschil in schaal. Het Dieze College kent kleinere klassen en een veilige, gespecialiseerde setting. Op de Bossche Vakschool komen leerlingen in grotere groepen terecht. Teuny en Marelle benoemen dat die stap best groot kan zijn. Daarom onderzoeken ze nu hoe de overgang soepeler kan verlopen en hoe leerlingen al eerder en in kleine stappen kunnen wennen aan een grotere setting, als ze daar klaar voor zijn.
Op papier start de symbiose nog in leerjaar 3, maar in de praktijk wordt al gekeken naar maatwerk. Teuny noemt een voorbeeld van een leerling uit leerjaar 2 die al meeloopt om te verkennen of de overstap eerder passend is. Tegelijkertijd benadrukt ze ook dat niet iedere leerling die route kan of hoeft te maken. Realisme hoort erbij, juist als je het echt inclusief wilt doen.
Je hoort erbij
Wat deze samenwerking leerlingen oplevert, zit niet alleen in vakken en cijfers. Het gaat ook om identiteit en gevoel. Teuny vertelt wat ouders teruggeven: leerlingen die bij het Dieze College vandaan komen, komen vaak uit verschillende plaatsen en buurten. Als een leerling de overstap kan maken, betekent dat ook meer aansluiting met leeftijdsgenoten uit de omgeving. Vriendschappen die makkelijker ontstaan, omdat je elkaar ineens tegenkomt, op de fiets, bij de sportvereniging, in de buurt.
En het zit in iets fundamentelers, zegt Teuny: “Je doet ertoe. Je bent one of the guys. Of girls natuurlijk.” De essentie is dat leerlingen niet apart staan, maar onderdeel worden van een groter geheel.
Techniek als plek waar leren zichtbaar wordt
Techniek speelt in deze samenwerking een vanzelfsprekende rol, omdat praktijk in vmbo-basis en kader een groot deel van het onderwijs vormt. In de praktijklokalen, zoals bij motorvoertuigen, voelt het alsof je een werkplaats binnenloopt. Veel vaardigheden die leerlingen later nodig hebben in een bedrijf, leren ze al in de school. Dat is ook nodig, omdat examens op dit niveau voor een flink deel uit praktijkonderdelen bestaan.
Voor Het Techniek Loket raakt dit aan de kern: techniekonderwijs versterken betekent ook zorgen dat alle jongeren toegang hebben tot die leerervaringen. Niet alleen de leerling die makkelijk meedraait, maar ook de leerling die meer tijd, structuur of een andere route nodig heeft om tot bloei te komen.
Contact met bedrijven en stages die verder gaan dan oriëntatie
Beide scholen hebben contacten met bedrijven voor stages en gastlessen. Marelle legt uit dat stages op het vmbo anders zijn dan op het mbo. In leerjaar 3 en 4 lopen leerlingen enkele weken stage, eerst breed oriënterend, daarna gerichter op een sector. Wat dat oplevert is zichtbaar. “Je ziet dat ze er volwassener van worden, want je hebt ineens het echte leven gezien.”
En die stage is niet alleen techniek of werk, maar ook sociale groei. In het gesprek wordt dat scherp benoemd: het gaat om je plek vinden in een nieuwe omgeving, omgaan met collega’s, communiceren en verantwoordelijkheid nemen. “Het is allesomvattend. Het is echt groeien als mens.”
Een samenwerking die ook voor bedrijven interessant is
In de achtergrond van dit verhaal speelt een realiteit die steeds urgenter wordt: de arbeidsmarkt. Teuny en Marelle geven aan dat de doelgroep van het vmbo ook voor het bedrijfsleven interessant is. Jongeren die praktijkgericht leren en gemotiveerd zijn, kunnen een waardevolle instroom zijn, als de begeleiding en verwachtingen kloppen. Daarbij hoort ook dat bedrijven begrijpen wat een vmbo-stagiair is. In het gesprek zeggen ze het heel helder: je krijgt geen ‘halve kracht’, maar iemand die nog lerend is, en juist enthousiast gemaakt kan worden voor het vak.
Droom voor de komende jaren
Teuny benoemt dat de invulling van de STO-middelen bij het Dieze College nog echt op gang moet komen, terwijl de samenwerking in de praktijk al stevig staat. De gezamenlijke droom zit hem vooral in doorontwikkelen en verbreden. “We zijn echt samen aan het zoeken hoe we die symbiose veel beter en sterker wegzetten en ook gaan uitbreiden.”
Marelle sluit aan op de visie van Teuny en benadrukt opnieuw het voordeel van samen in één gebouw zitten. De grote, spannende overstap wordt kleiner als leerlingen vanaf leerjaar 1 al vertrouwd raken met dezelfde plek. Het maakt inclusie minder theoretisch en veel meer iets wat je elke dag gewoon doet.
Leren van elkaar als teams
De samenwerking gaat verder dan leerlingen. Teams leren van elkaar, adviseren elkaar en trekken samen op. Een voorbeeld uit het gesprek is het Dieze College meedenkt bij groepsdynamiekvragen vanuit de Bossche Vakschool. Het wederkerige zit ook in een beeld dat tijdens het gesprek voorbijkomt en dat je meteen onthoudt: het voelt soms alsof twee gezinnen zijn samengevoegd. Je hebt verschillende gewoontes en culturen, en naarmate je langer samenwerkt raak je meer verweven.
De samenwerking tussen het Dieze College en de Bossche Vakschool laat zien hoe techniekonderwijs, kansengelijkheid en inclusie elkaar kunnen versterken. Niet in abstracte termen, maar in dagelijkse keuzes: welke stap is nu passend, welke omgeving helpt een leerling groeien, en hoe zorg je dat praktijkonderwijs toegankelijk is voor iedereen. Aan de Hervensebaan gebeurt dat al. Onder één dak, met techniek als een van de katalysatoren, en met een gedeelde overtuiging: iedereen verdient de kans om mee te doen.







