Zestig derdejaarsleerlingen van het Hooghuis in Oss, afkomstig van de theoretische leerwegen van locaties Mondriaan en Stadion, volgden het afgelopen schooljaar het nieuwe praktijkgerichte programma Technologie & Toepassing. Vier uur per week, veertig weken lang. Niet in een saai lokaal, maar in échte werkplaatsen met échte opdrachten. Samen met vakdocenten, bedrijven én het mbo.
We spraken met Pierre de Kleijn, projectleider Sterk Techniekonderwijs bij Het Hooghuis ten tijde van de ontwikkeling van dit programma. Inmiddels heeft hij zijn functie neergelegd en heeft Henk Winkelman het stokje overgenomen, die de lijn van Pierre met enthousiasme voortzet. “We willen dat leerlingen voelen wat het betekent om met techniek bezig te zijn en hen context aanbieden,” vertelt Pierre. “En dat ze tegelijk de weg naar vervolgonderwijs vinden.”
Technologie & Toepassing: een brede paraplu
Praktijkgerichte programma’s winnen snel aan terrein in het vmbo. Hoewel scholen niet verplicht zijn om deze vorm aan te bieden, kiezen steeds meer locaties er bewust voor omdat het leerlingen beter voorbereidt op de vervolgopleiding én de toekomstige arbeidsmarkt. Zo ook in Oss. Pierre: “We hebben gezegd: we gaan het niet op de T-locatie doen, maar op ZuidWest, onze locatie met goed uitgeruste praktijkwerkplaatsen voor de praktijkprofielen PIE, BWI en Mobiliteit & Transport. Dáár moet het gebeuren.”
De lessen zijn ontwikkeld door een team van zowel theoretische als technische docenten van Het Hooghuis. Daarbij is gekozen om ieder jaar drie grote projecten centraal te stellen. Zo werkten leerlingen afgelopen leerjaar aan opdrachten als het ontwerpen van een stoepbord voor het nationale droneteam, het ontwikkelen van een slim bewateringssysteem voor een advocatenkantoor en het bouwen van een metalen zeepkist, die ze vervolgens zelf mochten testen op het Urban-Ox-park in Oss.
Samenwerken met het mbo en het bedrijfsleven
Wat dit programma bijzonder maakt, is de structurele samenwerking met het mbo. Eén van de drie modules, een ICT-project, wordt volledig uitgevoerd op het Koning Willem I College. “De lessen worden op locatie gegeven en er wordt gewerkt volgens het ICE-ontwikkelmodel van het Koning Willem I College. Ook bedrijven werken daarmee, dus zo kom je meteen dicht in de buurt van de beroepspraktijk,” legt Pierre uit. “Docenten leren elkaars werkwijze kennen, de overdracht wordt warmer en leerlingen vinden letterlijk hun weg naar het mbo.”
Ook het bedrijfsleven vervult een belangrijke rol. Niet alleen als opdrachtgever, maar ook als beoordelaar en als plek waar leerlingen praktijkervaring opdoen. Dat leidt soms tot grote ogen: “Leerlingen komen voor het eerst in een werkplaats met professionele machines, zowel in de technieklokalen als op bezoek bij bedrijven. Dan zie je ze denken: dit is echt. En dat is precies de bedoeling.”
Leren van elkaar, als regio
De ontwikkeling van praktijkgerichte programma’s voor de theoretische leerweg is een uitdaging waar veel scholen voor staan. In Noordoost-Brabant wordt daarom volop ingezet op samenwerking. Pierre zag het al ontstaan, en Henk zet die lijn door: “Acht scholen, waaronder het Udens College, Fioretti, Bossche Vakschool en De Overlaat, werken aan hun eigen invulling. Maar we delen ervaringen en bouwen samen aan een sterk programma voor onze regio.”
Door onderling te blijven afstemmen, bedrijven te betrekken en het mbo structureel mee te nemen, ontstaat er een robuuste leerlijn voor leerlingen in de gemengde en theoretische leerweg. “We willen dat elke theoretische leerling in onze regio een goed doordacht praktijkgericht programma volgt. Geen vluchtige projectjes, maar iets met een doorkijk naar de toekomst.”
Klaar voor volgend jaar
Volgens Pierre is dit nog maar het begin van een beweging die nu in handen ligt van Henk. “De programma’s voor komend jaar liggen al klaar. De werkplaatsen zijn ingericht. En de energie bij de docenten is groot.” Vierdejaarsleerlingen kunnen zich opmaken voor uitdagende en vooral hele leuke projecten. Ze gaan aan de slag met het ontwerpen van een duurzame modelwoning, het maken van een geïntegreerde ICT-module en het bouwen van een mobiel apparaat waarvan de zonnepanelen automatisch meedraaien met het zonlicht, een opdracht in samenwerking met het bedrijf Kempens.
Henk sluit af: “Dit gaat niet alleen helpen om leerlingen te enthousiasmeren, maar brengt ze ook een stap dichter bij de techniek van morgen.”



